6.1 Zo vader zo zoon

6.1 Zo vader zo zoon

In het slotwoord van een van de weinige levensbeschrijvingen van Isaacs vader, David Henry Gallandat, vat Philippe-Sirice Bridel diens leven kort en treffend samen met de zinsnede il usait ses forces par une activité infatigable: pareil au flambeau (hij verbruikte zijn krachten met een onvermoeibare activiteit, gelijk een fakkel)1.
Deze evaluatie is stellig ook van toepassing op de voorliggende biografie van Isaac Gallandat. Vader en zoon hebben beroepsmatig en maatschappelijk getuigd van een niet aflatende fysieke en mentale energie en daadkracht. Beide doorliepen zij hun universitaire opleiding met glans en in recordtempo;  als arts en verloskundige runden zij niet alleen een goed beklante privépraktijk van – meest – bemiddelde patiënten, maar ook figureerden zij in meerdere medische functies in dienst van de overheid ten behoeve van de medische verzorging van arme zieken en gekwetsten en als ‘patholoog-anatoom’.
Naast  deze omvangrijke medische werkzaamheden zetten zij als lid van talrijke maatschappelijke instellingen hun talenten belangeloos in voor de samenleving 2.
Hun arbeidzame leven heeft, om bij de symboliek van Bridel te blijven, gevlamd als een fakkel, maar het heeft hen ook als een fakkel verteerd.
David Gallandat stierf in augustus 1782 reeds op vijftigjarige leeftijd onverwacht aan een hersenbloeding (zie par. 2.8). Isaac Gallandat, die zelden afwezig was in de raadsvergaderingen,  verscheen vanaf augustus 1823 niet meer op deze frequente zittingen. Een maand later stierf hij op 63 jarige leeftijd. 
In Isaac  Gallandats werkkracht, ethiek, accuratesse en durf herkennen wij zijn vader, ofschoon beide niet exact dezelfde weg gingen. Waar David Gallandat zich naast zijn medische werkzaamheden toelegde op wetenschappelijke publicaties en zich onderscheidde als wetenschappelijk docent, verdiende zijn zoon Isaac zijn sporen in het lokale bestuur als gemeenteraadslid en burgemeester.

Afbeelding 87 (Zeeuws Archief, fotocollectie Vlissingen nr. 15652; Portret van Isaac Henry Gallandat, kopie van een originele krijttekening van Rienk Jelgerhuis, 1781, privébezit familie Gallandat-Huet te Alkmaar). 

Deze nogal flets-wazige en weinig flatteuze kopie van een origineel is het enige bekende portret van Isaac Henry Gallandat, dat – gelet op het jaar van vervaardiging – dateert uit zijn universitaire periode in Utrecht.
De ‘plaats van handeling’ lijkt Isaacs  studentenkamer, die  schijnbaar sober overkomt. Er ligt een stoffen vloerbedekking en een zwaar geplooid  opgetrokken gordijn onthult een wand met lambrizering. De student is gezeten in een karakteristieke pose: de rechterhand rust op een tafeltje, de linkerhand is in het vest gestoken. Met een staartpruik (glad naar achteren in een staart en met een horizontale pruikrol boven het oor), een lange pandjas en kniebroek, waaronder een vest met jabot (strook lichte kant), lichte kousen en zwarte schoenen met gesp, is Isaac gekleed volgens de  mode van een man uit gegoede kringen uit het einde van de 18e eeuw. (zie ook afb. 65, het kostuum van Clement François de Jonge).
Op het tafeltje liggen aan de studie medicijnen gerelateerde voorwerpen: een staand boek aan de achterkant, een opengeslagen aantekenschrift, een schedeltje, links een vrouwelijk bekken met ervóór een paar kleine instrumenten, mogelijk een pincet en tang.

Vanwege de lange duur (1806-1823) van zijn burgemeestersambt in Hulst en de uitgebreide informatie uit de notulen van de raadsvergaderingen en ambtelijke correspondentie, zijn we goed op de hoogte van de arbeidsethos van deze burgemeester. Zijn naam stond vrijwel altijd op de presentielijst van de vergaderingen van het bestuurscollege, wier leden hij ongevraagd veel administratief werk uit handen nam. Waar inkomende post een antwoord vereiste, verscheen Gallandat bij voorkeur met een door hem vooraf opgesteld concept ter raadstafel, dat na directe bespreking, beoordeling en goedkeuring, direct als definitieve versie kon worden opgestuurd.
Als naar de mening van de raad bepaalde zaken, voorafgaand aan het besluit, een grondige analyse vergden, werden uit het bestuurscollege ‘ad hoc’-commissies gevormd, waarvan Gallandat niet alleen steeds lid was, maar hierin ook de schriftelijke arbeid voor zijn rekening nam. Hij moet het puur administratieve werk erg geambieerd hebben, want ook in de vele maatschappelijke betrekkingen, waarin we hem aantreffen, koos hij bij voorkeur de veelomvattende functies van penningmeester of secretaris. In dit opzicht is zijn functie van Groote Ontvanger van de Penningen der Diakonie-Armen van de gereformeerde kerk in Hulst een representatief voorbeeld (zie par. 3.4.3).
Zijn keuze voor maatschappelijk werk in relatie tot zijn godsdienstige overtuiging is op zich begrijpelijk, gezien zijn tamelijk streng gereformeerde opvoeding in het ouderlijk gezin in Vlissingen. Binnen deze context was de omvangrijke taak van zijn vader als diaken van de ‘Waalse Kerk’ ongetwijfeld een leidend voorbeeld voor de jonge Isaac3.

6.2 Een (on)volbracht leven

6.2 Een (on)volbracht leven

De winter van 1822-1823 duurde lang en was ongemeen streng, met op 23 en 24 januari 1823 vermoedelijk de koudste temperaturen sinds 1706. De Friese onderwijzer Doeke Hellema vermeldt in zijn dagboek: in het laatst van dezen vorst was de koude ijslijk, menschen die reizen moesten vervroren sommige ledenmaten des ligchaams; de jammer en ellende onder den behoeftigen stand, vooral in de steden, deden zich smertelijk gevoelen, en het was toen niet zonder voorbeeld dat er hier en daar van gebrek en behoefte omkwamen. Zelfs de meervermogenden welke het aan overvloed van voedsel en deksel (kleding) niet ontbrak, waren met al den overvloed naauwelijks voor de koude bestand 4.

Dat het ook in Hulst bitterkoud was, blijkt uit het eerste agendapunt van de notulen van de gemeenteraadsvergadering van 13 juni 1823, waarin sprake was van een grote achterstand in het werk, omdat er ruim een half jaar(!) niet was vergaderd vanwege langdurige ziekte van meerdere raadsleden in en sinds de voorbije winter. Zo’n lange onderbreking in de reguliere vergaderingen van het gemeentebestuur was werkelijk uniek.
Tijdens de periode van het barre winterweerwerd het gezin van Henriette Cardon en Isaac Gallandat  hard getroffen. Op 30 december 1822 overleed de oudste zoon David Henry, griffier bij het vredegerecht in Hulst, in de leeftijd van slechts 34 jaar5. Dit verlies was des te smartelijker, omdat zeven jaar eerder de tweede zoon Charles Henry in de nog jongere leeftijd van 21 jaar was verscheiden op 1 juli 1819. Hij had zich met de avontuurlijke onbezonnenheid van de jeugd aan het einde van Franse Tijd nog laten inschrijven in een frans cavalerieregiment. Op 2 januari 1813 kreeg hij het officiële bewijs, dat hij werd goedgekeurd en mocht hij te paard de laatste heldendaden verrichten in Napoleons ineenstortende rijk. Wonderwel overleefde hij de laatste militaire strubbelingen, maar kwam allesbehalve gezond uit de strijd.

Afbeelding 88 (GAH SA 58 3FT, 02-01-1813, aanhef van de officiële toestemming aan Charles Henry Gallandat om dienst te nemen in een Frans cavalerieregiment)

We zagen al eerder, dat Hendrik van Raden er bij officiële handelingen, waarbij hij zelf ook in de belangstelling kon staan, als de kippen was. Op 2 januari 1813 stond hij ook paraat in de raadsvergadering om Charles Henry, de jongste zoon van Isaac Gallandat,  officieel de goedkeuring te geven om zich te laten inschrijven in een Frans cavalerie regiment. Het betrof hier geen conscription (dienstplicht), maar een vrijwillige keuze voor een bereden cavalerie-eenheid.
Charles Henry overleefde de tumultueuze stuiptrekkingen van Napoleons ‘Empire Français’, maar niet zonder lichamelijke aandoeningen.  Bij de keuring voor de militie in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden voor 1815 werd hij ‘definitief afgekeurd als hebbende een Asma en verouderde verZwering aan de beenen’, zoals het militieregister hieronder vermeldt.

Afbeelding 89 (GAH militieregister 1815)

Of de strenge winter van 1822-1823 ook Isaac Gallandat zo sterk in zijn gezondheid had aangetast, dat hij mede hierdoor is overleden, weten we niet. Maar de combinatie van het effect van de zeer koude winter en de trieste gebeurtenissen in korte tijd  in het gezin zal zijn invloed niet gemist hebben.
Gallandats signatuur onder een publicatie van de gemeenteraad op 20 juni 1823 en de handtekening onder de raadsnotulen van 26 juni 1823 zijn Isaacs laatst te traceren handelingen als burgemeester van Hulst. Vanaf 8 augustus 1823  woonde hij de vergaderingen niet meer bij en een kleine maand later ontsliep Isaac Henry Gallandat om elf uur ’s morgens in zijn woning.

Afbeelding 90
Overlijdensadvertentie in de Middelburgsche Courant van 6 september 1823

Aan deze kundige, energieke en onbaatzuchtige man, die zich in zijn professie van geneesheer en in zijn openbare ambten voor de stad en voor haar inwoners  had ingezet, viel nooit enig eerbewijs ten deel en hij raakte al snel in vergetelheid.
In de eerste vergadering na het overlijden van zijn burgemeester stond de gemeenteraad officieel niet eens stil bij diens heengaan, er is althans in de notulen  geen enkel woord aan hem gewijd.
Een eerbewijs in de vorm van een schenking door het gemeentebestuur of kerkenraad van de gereformeerde kerk van een graf in de Willibrorduskerk, zoals destijds voor de arts en burgemeester Willem Tiberius Hattinga, was voor Isaac Henry Gallandat vermoedelijk niet weggelegd 6.

Zoals in de inleiding reeds werd vermeld, is er ook later nooit een openbare blijk van waardering gekomen ter nagedachtenis van deze bescheiden, doch markante  persoon.

7. Epiloog – Charlotta’s nalatenschap

7. Epiloog – Charlotta’s nalatenschap

Isaac Henry Gallandat had zijn drie zoons overleefd, zodat met zijn overlijden in 1823 de rechte mannelijke lijn van zijn geslacht was uitgestorven 7. Zijn enige dochter Maria Charlotta Louisa trad pas op 54-jarige leeftijd in het huwelijk met Pierre Gedeon Huët, nota bene een zoon van de schrijfster Jacoba Adriana (‘Coosje’) Busken, bij wie haar vader Isaac destijds in Vlissingen zo’n beschamend blauwtje had gelopen8.  
Omdat het echtpaar kinderloos bleef, stierf in 1849 met het overlijden van Charlotta Gallandat ook de vrouwelijke lijn uit. Pierre Gedeon vertrok na haar heengaan naar Leiden, waar hij in 1860 invulling gaf aan zijn wens om voor hem en zijn twee zoons uit een eerder huwelijk bij hunnen geslachtnaam dien van Gallandat te mogen voeren. Koning Willem III willigde het verzoek in 1861 in, waardoor Pierre Gedeon en zijn beide nakomelingen de achternaam Gallandat-Huët mochten aannemen 9.

Afbeelding 91 (Nederlandsche Staatscourant, 24-08-1860)

Voor deze wijziging van achternaam zijn een paar samenhangende verklaringen te geven. De families Huët en Gallandat behoorden tot de zogenaamde ‘refugiés’, die destijds in Vlissingen waren neergestreken. De leden van deze vluchtelingengezinnen hadden sterke wederzijdse sociale banden, die vaak bezegeld werden met huwelijken. Pierre Gedeon Huet en Maria Charlotta Gallandat waren achterneef en achternicht van elkaar via hun respectieve grootmoeders, de zussen Esther en Maria Joly. Esther Joly trouwde met Pierre’s vader, dominee Daniel Huet en Maria Joly met Isaacs vader, David Gallandat. 

Het ligt voor de hand, dat de in 1796 in Vlissingen geboren Pierre Gedeon Huet de verwantschap tussen de families Huët, Gallandat en Joly goed kende. Hoewel David Henry Gallandat al in 1782 was overleden zal Pierre zeker van diens reputatie hebben vernomen en zijn in 1823 gestorven oom Isaac en nicht Maria Charlotta heeft hij misschien wel eens ontmoet.
Na zijn studie medicijnen kwam Pierre in het Gelderse Gendringen terecht als geneesheer en vroedmeester en trad hij op 20 oktober 1826 in Voorst in het huwelijk met Maria Catharina Veeren. De aanstelling van Pierre tot legerarts bracht het gezin naar Norg in Drenthe, waar Maria Veeren in 1843 op 43-jarige leeftijd stierf, haar man met  twee minderjarige zoons van 7 en 8 jaar achterlatend. Geconfronteerd met deze situatie zocht Pierre als weduwnaar met een vaste betrekking de destijds geijkte oplossing. Door middel van een huwelijk kon een weduwnaar voorzien in een goede verzorging van zijn kroost en zichzelf. Hoewel een echtgenote uit zijn directe omgeving uit praktisch oogpunt het meest voor de hand lag, kwam het – mogelijk  door de sterke ‘refugiés-band’ – toch tot een echtverbintenis tussen de ver uit elkaar wonende neef en nicht. Pierre Huët zegde zelfs zijn dienstbetrekking als legerarts in Norg op en vestigde zich als geneesheer in Hulst.
Charlotta moet wel een hele lieve en zorgzame echtgenote en stiefmoeder geweest zijn als haar man na een huwelijk van slechts vijfeneenhalf jaar haar en haar geslacht een grote eer bewees met zijn verzoek de achternaam Gallandat vóór zijn eigen achternaam en die van zijn beide zonen te mogen plaatsen.
Op deze manier is de geslachtsnaam Gallandat  op enkele locaties in Nederland nog tot diep in de 20e eeuw bewaard gebleven.

Bijlage

Bijlage bij paragraaf 6.1


Belangrijke maatschappelijke functies van Isaac Henry Gallandat

1.
Gecommitteerde voor Staats-Vlaanderen uit de Provinciale Commissie van Geneeskundig Onderzoek en Toevoorzicht
Van deze functie zijn een 65 tal afschriften van ingekomen en uitgaande stukken in een ‘brievenboek’ bewaard, gearchiveerd in het Zeeuws Archief, onder verzameling handschriften 1206-1948, nr. 134. 

2.
Districtsschoolopziener
Toezicht op het openbare onderwijs in de in de provincie Zeeland, die daarvoor was onderverdeeld in vijf zgn. schooldistricten. Gallandat was vanaf de start van het Verenigd Koninkrijk benoemd voor het 4e schooldistrict, dat Zeeuws-Vlaanderen ten oosten van de lijn Terneuzen-Sas van Gent omvatte en hij heeft de functie tot aan zijn overlijden bekleed.
Middelburgse Courant van 4 april 1815:

Een regelmatig terugkerende taak van de districtsschoolopziener was zijn betrokkenheid bij sollicitaties in geval van opengevallen onderwijzersplaatsen. Gallandats naam duikt dan steeds op als functionaris aan wie de sollicitatiebrieven gericht moeten worden. Bijvoorbeeld de advertentie voor een onderwijzersvacature in Axel uit de Middelburgsche Courant van 28 september 1819:

3.
Lidmaatschap ZGW
Wie lid wilde worden van het Zeeuws Genootschap der Wetenschappen, kon zich niet zelf aanmelden. Er moest gewacht worden of het genootschap iemand waardig genoeg vond bevond om voor het lidmaatschap uit te nodigen. Isaac Gallandat was een van de uitverkorenen:

4.
Buiten het geïnstitutionaliseerde maatschappelijk werk verrichtte Gallandat ook veel ‘liefdadigheid in het klein’ zoals – tijdens de Fransen overheersing (1795-1814) –  vertalingen in het Frans voor stadgenoten, die deze taal niet machtig waren. 
Uit zijn nalatenschap ontving het ‘Bureau van Weldadigheid’, de beheerder van de goederen van de voormalige armbesturen van de stad Hulst, een mooi legaat10.

Literatuur

Archiefbronnen en bronnenpublicaties

GAH = Gemeentearchief Hulst 

– GAH 81                               Notulen van de gereformeerde kerkenraad.
– GAH 86                               Notulen van het Collegium Qualificatum.
– GAH 907                            Notulen van de Communale Raad in Gijzeling.
– GAH 1047                          Verzondene stukken van burgemeester en raden,
                                                30-04-1816/ 26-03-1823.

GAH AHA: Gemeentearchief Hulst – Archief Hulsterambacht

– GAH AHA 1158                 Lijkschouwingen 1734-1795.
– GAH AHA  40, 41, 42      Archief Hulsterambacht; resolutieboeken van de magistraat van Hulsterambacht.

GAH SA: Gemeentearchief Hulst – Stadsarchief

– GAH SA 16                        Resolutieboek der Stad Hulst 03-05-1782 t/m 27-07-1787.
– GAH SA 19                        Resolutieboek der Stad Hulst 23-10-1794 t/m 28-12-1795.
– GAH SA 61-69                  Resoluties van de Staten-Generaal en de Raad van State,
                                               met daartoe strekkende relativa, 1645-1794.
– GAH SA 76                       Publicaties en waarschuwingen enz. van de magistraat.
– GAH SA 583FT                 Registre des publications, 1808-1815.

 

Zeeuws Archief

KZGW= Handschriftenverzameling Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, 1400-1999.

Literatuur

Aa, A.J. van der (e.a.) Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, dl. 5 Gorinchem 1844, deel 7 (1862) 

Aa, A. J. van der (e.a.)Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 7(1862)

Adriaanse, J. Gedenkboek der Hulstersche Stede 1180-1930, Amsterdam, z.j

Blok, P.J.; Molhuysen, P.C. Nieuw-Nederlandsch biografische woordenboek,
deel 4 (1918); deel 9 (1933).

Bremmers, J; Tramper, A. Beschryvinge der stadt Vlissinge. Het handschrift van Jasper Jaspersen Brasser 1754, Vlissingen 2018.

Bridel, P-S. Le Conservateur Suisse, ou Recueil complet des Étrennes Helvétiennes, Lausanne, 1829-1831, deel 11, Notice Biographique, blz. 36-54.
(Voor dit artikel is Gallandat’s dagboek of journaal een belangrijke bron, die in Bridel wordt aangeduid als ‘le journal inédit’ en ‘un journal resté manuscrit’. Of dit ‘onuitgegeven handschrift’ nog bestaat en waar het zich bevindt, wordt niet vermeld).

Bruijn, I. Ship’s Surgeons of the Dutch East India Company, Leiden, z.j.

Buijnsters, P; Haasse, H; Wolthers, D. Betje Wolff en Aagje Deken, blz. 61, Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren.

Buijsrogge, C.: Sponselee, G. Kerk en Uithof van de Duinenabdij te Kloosterzande, z.p., 2009.

Doedens, A. Breuklijnen in het Verenigd Koninkrijk; protest over de grenzen (heen), Den Haag 2016.

Deysterink, J. Inleiding op: Van en over Betje Wolff, geb. Bekker. Uitgegeven door Mr. R.H.J. Gallandat Huet. Haarlem, W.C. de Graaff, 1881, in: De Gids, 1882, jaargang 46, blz. 134-155.

Frijhoff, W. Trekkers in de achttiende eeuw: chirurgijns voor studie naar Parijs, in: erfgoedcentrumzutphen.courant.nu/issue/ZU/1986-09-15. 

Gallandat, D.H. Redenvoering over de vroedkunde, uitgesproken te Vlissingen den XIV November MDCCLXIX by den aanvang der openbaare vroedkundige lessen, Middelburg 1771.

Gallandat-Huet, R.H.J. (ed.) Van en over Betje Wolff, geb. Bekker, Haarlem 1884.

Gielen, W.; Prinsen, A. Jan Haak en zijn tijd; Johannes Romanus Haak, kunstschilder in Hulst. Beveren, z. j.

Ghijsen, H. Zeeuwse vrienden van Betje Wolff-Bekker, in: Archief uitgegeven door het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, 1970, blz. 26-42.

Guisan, A. Un Médecin vaudois ignoré, Revue médicale de la Suisse Romande, 33e année no. 9, Lausanne.

Hee, E.R. van Heelkunde in Vlaanderen door de eeuwen heen. s.l. 1990.

Heeringa, K. Zeeland, in: Koolemans-Beijnen, G.J.W., Historisch gedenkboek der herstelling van Neerlands onafhankelijkheid in 1813, deel III, 1913.

Houtzager, H.L. Medicyns, vroedwyfs en chirurgyns, Amsterdam 1979, blz. 32-48.

Leuftink, A. E. Harde Heelmeesters: zeelieden en hun dokters in de 18e eeuw., Zutphen 1991.

Levens-berigt van Jona Willem te Water, te Leyden overleden den 19 october des jaars 1822. Door hem zelven vervaardigd, zonder plaats en jaar van uitgave.

Lint, J.G. de David Henry Gallandat, in: Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 60, 1926, blz. 651-661.

Meertens, P.J. Het culturele leven in Vlissingen in de tijd van Betje Wolff, in: De Vlaamse Gids 39 nr. 6, juni, Brussel 1955, blz. 375-382.

Meertens, P.J. Het Zeeuws Genootschap der Wetenschappen. Moeten de bakens worden verzet?, in: Zeeuws Tijdschrift, 7e jrg nr. 3, 01-05-1957, blz. 65

Mijnhardt, W.W. Tot heil van ’t Menschdom. Culturele genootschappen in Nederland 1750-1815, Amsterdam 1988 blz. 124-224.

Nonnekes, L. Coosje Busken’s vrijers, in: Den Spiegel 01-10-1998.

Paesie, R. Geschiedenis van de MCC, Zutphen 2014

Pel, J.Z.S. Chirurgijns, doctoren, heelmeesters en artsen op het eiland Walcheren 1700-2000, Middelburg 2006.

Steutel, C.J.K. ‘Opgegaan in Vlammen’; De Waalse Kerk van Vlissingen of de Eglise Wallonne de Flessingue van 1572 tot 1825. Geschiedenis van de Waalse Kerk, de Franse scholen en de mensen die daarbij betrokken waren, 2015, zonder plaats.

Verhandelingen ZGW. Verhandelingen, uitgegeven door het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen te Vlissingen,

– 1e deel, Middelburg 1769

– 3e deel, Middelburg 1773

– 4e deel, Middelburg 1773

– 9e deel, Middelburg 1782

Verkroost, C.M. David Hendri Gallandat (1732-182) één van onze ,,Grote Zeeuwen’’, in Zeeuws Tijdschrift, 01-01-1985, blz. 26-31.

Vrankrijker, A.C.J. de Vier eeuwen Nederlandsche studentenleven, Voorburg 1939.

Winckelmann, I. in Verhandelingen uitgegeven door het Zeeuws Genootschap der Wetenschappen, deel 9, 1782, blz. XXVII.

Laatste updates

Datum

04-08-2024

In de categorie ‘Historische Fotogalerij’:

De galerij  ‘Hoogwelgeboren Hugenoten in Hontenisse’ is aangevuld met twee foto’s uit het Zeeuws Archief.

Datum

05-07-2024

In de categorie ‘Historische Fotogalerij’:

Nieuwe galerij toegevoegd, getiteld ‘Hoogwelgeboren Hugenoten in Hontenisse’, over de adellijke familie Collot d’Escury.

Datum

03-2024

Uit de categorie ‘Historische Fotogalerij’ verplaatst naar ‘Hulst Historisch Kort’:

De fotogalerij Veertig jaar veelkleurigheid over de schilderingen in het katholieke deel van de kerk te Hulst omgewerkt tot artikel.

Datum

01-2024

In de categorie ‘Historische Fotogalerij’:

Nieuw artikel ‘Hulst 1914-1918’, een neutraal grensgebied in de ‘Eerste Wereldoorlog’.

Datum

12-2023

In de categorie ‘Hulst Historisch Kort’:

Artikel over De Heilige Kindsheid uitgebreid met beeldmateriaal en beschrijving van Kindheidsoptochten in de kernen.

Datum

11-2023

In de categorie ‘Hulst Historisch Kort’:

Artikel over Casimier Lambin grondig herzien en uitgebreid, met name met aanvullende informatie uit zijn faillissementsdossier.

Uw inschrijving kon niet worden opgeslagen. Probeer het opnieuw.
U bent met succes aangemeld voor onze nieuwsbrief

Meld u aan voor onze nieuwsbrief