1a. De erfenis van een oerinstinct

1a. De erfenis van een oerinstinct

In de oertijd en nog lang daarna was opboksen tegen anderen om te overleven dagelijkse kost, zodat de mens in de loop van de evolutie een steeds sterkere drang ontwikkelde om te winnen. Een van onze hersencentra bevat dit oerinstinct nog steeds en dus gedragen we ons ernaar. De sociale groepen, waar we deel van uitmaken, houden dit aangeboren patroon niet alleen in stand, maar versterken het door voortdurend te hameren op de noodzaak minstens je best te doen, beter nog om anderen te overtreffen, maar het liefst om de beste te zijn. Heel gewillig doen we mee aan de race om de hoogste plaats op het ereschavot, gestimuleerd door een ander deel van onze hersenen: het genotscentrum. De trotse winnaar is immers de middelmaat ontstegen, smaakt de al dan niet euforische bijval van zijn sociale omgeving en wordt beloond met materiële en immateriële voordelen.

Afbeelding 1 (bron onbekend)
We kunnen er weinig aan doen, maar al sinds de oertijd wil de mens excelleren en de beste zijn. Het zit in de genen en centra in onze hersenen sturen dit instinct aan

Met een gezonde competitiegeest is overigens niets mis, het heeft de mensheid veel vooruitgang gebracht en ook het e-tijdperk heeft zich in dit opzicht al bewezen. Door de groeiende stroom aan nieuwe ict-mogelijkheden beschikken we sneller en gemakkelijker over steeds meer informatie, maar daardoor spiegelen we ons nog meer aan elkaar. Het is niet ondenkbaar dat massamedia en competitiedrang sterk gerelateerd zijn, want werkelijk alles en nog wat wordt in wedstrijdverband gegoten met de eerste plaats op de ranglijst als een belangrijk, zo niet het enige doel. Individuele personen, kleinere en grotere groepen storten zich eigener beweging vol overgave in het concurrerend strijdgewoel of worden – al dan niet tegen wil en dank – genomineerd. 
Met maar een paar muisklikken zien we dat Hulst, feitelijk ook een  sociale groep, flink scoort in de competitie. De gemeente zelf profileert zich van harte als ‘de meest Vlaamse stad van Nederland’ en als ‘dé Reynaerstad’, de Willibrordusbasiliek is al eens uitverkoren tot ‘mooiste kerk van Nederland’, ter stede staat regelmatig ‘de beste middelbare school’, ligt ‘de fraaiste vesting’ in Hulst, lopen er een paar ‘beste leraren van Zeeland’ rond en de toekomst zal ongetwijfeld nog meer lokale kampioenen opleveren.

Vervelend genoeg komen de kwalificaties in overtreffende trap uiterst subjectief tot stand en zijn de winnaars in het geval van periodieke uitverkiezingen geen blijvertjes. In Hulst kan één groep hierop de spreekwoordelijke uitzondering zijn: de Koninklijke Stedelijke Harmonie is naar eigen zeggen ‘de oudste van Nederland’, wat met een verondersteld stichtingsjaar van 1801 de vereniging in 2022 een respectabele ouderdom van 221 jaar oplevert. Natuurlijk betwisten andere harmonieorkesten het muziekgezelschap uit Hulst de eretitel, want zo’n gedurfde stellingname vraagt gewoon om scherpe concurrentie.
In dit artikel wordt het zelfverklaarde kampioenschap van de Koninklijke Stedelijke Harmonie aan een onderzoek onderworpen.

Afbeelding 2
De aanhef op de homepage van de website van de K.S.H. met dag, maand en jaar van oprichting op de tamboerijn

1b. Structuur van het artikel

1b.   Structuur van het artikel

Dit artikel legt eerst de andere Nederlandse harmoniegezelschappen, die de oudste van Nederland kunnen zijn of pretenderen te zijn, langs de meetlat.

Het accent ligt hierbij eerst op het aantonen van een  deugdelijke interpretatie van de stichtingsdatum en van een ononderbroken voortzetting van één en hetzelfde harmonieorkest op grond van feitelijk bewijs.

Vervolgens komen de verschillende aspecten van de samenleving aan bod, waartegen de oprichting van de harmonie in Hulst te verklaren is. De voorhanden zijnde primaire bronnen (uit de tijd zelf) en secundaire bronnen (uit later tijd, maar afgeleid van een primaire bron) worden getoetst op hun betrouwbaarheid.

Ten slotte wordt op grond van de combinatie van beide soorten bronnen ook voor de harmonie van Hulst de datum van oprichting en de continuïteit onderzocht.

2.1 Met dank aan België

2.   Het Guinness Book – Syndroom

2.1   Met dank aan België

Nederland kent een relatief hoge verenigingsdichtheid van blaasmuziekverenigingen, maar het gedrang in de competitie voor de kwalificatie ‘oudste harmonie van Nederland’,  valt desondanks reuze mee. Dat komt omdat het fenomeen blaasmuziekkorpsen zich in het kader van de Franse Revolutie met de revolutielegers naar het noorden uitbreidde en we ons dus geografisch kunnen  beperken tot het zuiden van Nederland. Vervolgens hoeven fanfares niet mee te dingen, want zij ontstonden pas in de loop van de 19de eeuw na de introductie van het ventiel bij de koperinstrumenten. Ten derde mogen we de zuiderburen – in dit verband tenminste – dankbaar zijn dat hun opstand in 1830 leidde tot een onafhankelijke staat België, zodat heel wat mogelijke rivalen zijn weggevallen.

De drie genoemde oorzaken hebben het grote aantal  pretendenten drastisch teruggebracht tot 42 harmonieën, die vόόr 1860 in het zuiden van ons land zijn opgericht 1.
Van dit veertigtal zijn er maar een klein handjevol kandidaten, die in meerdere of mindere mate pretenderen ‘de oudste harmonie van Nederland’ te zijn.

2.2 Stoelendans der senioren

2.   Het Guiness Book -Syndroom

2.2   Stoelendans der senioren

MHEER

In het uiterste zuiden van Limburg ligt ten zuid-oosten van Maastricht het stadje Mheer, onderdeel van de gemeente Eijsden-Margraten. De plaatselijke harmonie St. Cecilia opent het ‘historisch overzicht’ op haar website met de woorden ‘de vereniging werd opgericht in 1821 en staat in “The Guinness Book of Records” vermeld als de oudste harmonie van Nederland’. 

Afbeelding 3 

(Wikidata – copyright dedicated to the public domain by copyright holder).

Sculptuur links naast de Sint Lambertuskerk in Mheer.

Deze stilistische creatie  van muzikanten, muziekinstrumenten en een vaandel houdt de herinnering levend aan de oprichting van de harmonie in Mheer. De verklarende tekst op een uitspringende band boven aan de sokkel luidt: “‘iemelsj renge – water sjloog de – broonk van 1821 – neer, me waor ’t – däöpwater oe – de harmeniej – van Mhaer oet – gebore woerd.’  D.w.z. Hemels regenwater sloeg de broonk (naam van een processie) van 1821 neer, maar was het doopwater waar de harmonie van Mheer uit geboren werd.

Op de website wordt de stichting in verband gebracht met de ophef rond de muzikale begeleiding van een processie in Mheer door een ingehuurd muziekkorps uit het naburige St. Martensvoeren in België, tone Mheer zelf nog geen muziekkorps had. Vanwege slecht weer ging de processie niet door, maar de muzikale Belgische gasten wilden toch betaald worden. De gemoederen raakten zo verhit, dat men van de weeromstuit in Mheer een eigen harmonie oprichtte. Een aardige anekdote, maar jammer genoeg niet gestaafd door een feitelijke, liefst primaire bron, waarmuit de stichtingsdatum (zowel 10 als 24 juni 1821 figureren als datum) met zekerheid kan worden vastgesteld. Om dezelfde reden is evenmin bekend of de harmonie van Mheer sinds 1821 een ononderbroken bestaan heeft gekend. In een eerdere versie concludeerde de harmonie op haar website dan ook terecht: We weten weinig precies en het meeste uit mondelinge overlevering. deze relevante, maar kennelijk niet welgevallige informatie is uit het historisch overzicht verdwenen 2.

THORN

Het toeristisch bekende ‘witte stadje’ Thorn in midden-Limburg kent twee harmonieverenigingen, wat in kleine plaatsen in deze provincie regelmatig voorkomt. Een ervan, de Koninklijke Harmonie van Thorn heeft het jaar van oprichting 1812 prominent op de homepage van haar website staan.

Afbeelding 4 (kht.nl)

De samenstellers van de feestgids ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan zijn absoluut overtuigd van het jaar van oprichting: immers gewoon der luxe en weelde der abdij te zien, konden de bewoners – na opheffing der abdij – zich niet weer ontwennen aan het genot, verschaft, door instrumentale muziek, die ze hadden leeren kennen en waarderen. In het jaar 1812 werd dan ook door eenige ingezetenen besloten eene Harmonie op te richten en nog in datzelfde jaar kwam deze tot stand 3.
In dit gedenkboek wordt ook beweerd, dat het muziekgezelschap van 1812 dezelfde vereniging is als de huidige Koninklijke harmonie van Thorn. De drie oprichters en de eerste drie dirigenten zijn met naam bekend. Het bronnenonderzoek voor een boek over de geschiedenis van deze harmonie (1991) kon echter geen enkele primaire of secundaire bron opsporen. Zowel het in het jubileumboek genoemde stichtingsjaar, als de continuïteit van de vereniging blijven dus  onberedeneerde en onbewezen aannames 4.
Het onderdeel ‘historie’ onder de tab ‘harmonieorkest’ op de website van de Koninklijke Harmonie van Thorn bevat juist bijna geen historische informatie, maar wel een erg uitgebreid literair sfeerbeeld van de viering van het honderdjarig bestaan in 1912. Ook hier dus geen sluitende argumentatie voor het predicaat ‘de oudste’. Een  onderzoek uit 1889 naar de oorsprong van de twee harmonieorkesten in Thorn ten slotte concludeerde, dat beide muziekverenigingen pas in 1863 zijn ontstaan (zie hierna bij de Harmonie St. Michael, Thorn).

Afbeelding 5 (harmoniethorn.nl; logo)

In tegenstelling tot  ‘de Koninklijke’ pakt zusterharmonie St. Michaël op de website uit met een beredeneerde historische achtergrond 5.
In 1841 vroeg het Philharmonisch Gezelschap uit Thorn bij de provincie Limburg subsidie aan om instrumenten en bladmuziek aan te kunnen schaffen. In een advies hierover aan de ‘goeverneur’ (In Limburg de naam voor de commissaris van de koning) werd dit gezelschap gekenmerkt als eene opkomende harmonie, pas opgericht dus! Het begrip philharmonisch wijst als synoniem van symfonieorkest overigens meer op een orkest bestaande uit alle instrumentgroepen met de strijkers als kern, dan op een harmonieorkest 6.
Na ruim twintig jaar was er zoveel onderlinge heibel, dat het muziekgezelschap in 1862 werd opgeheven. Uit een – niet nader toegelicht –  justitieel onderzoek in 1889 naar de oorsprong van het harmoniewezen in Thorn bleek dat in 1863 twee nieuwe harmonieën het licht zagen, waarover het onderzoeksrapport opmerkte:
Uit de in 1862 ontbonden vereniging zijn in 1863 twee nieuwe muziekgezelschappen ontstaan, welke nog bestaan, en den naam voeren: ‘Harmonie St. Michael’ en ‘Koninklijke Harmonie’.
Met enige goede wil kan een directe heroprichting uit een opgeheven harmonie  continuïteit genoemd worden, zodat zowel St. Michaël als de Koninklijke Harmonie van Thorn een redelijk argument voor het oprichtingsjaar hebben, maar alleen voor het jaar 1840. Dit bewijs wordt ook geleverd door de auteurs van een meer algemeen werk naar blaasmuziek in Limburg uit 1998, die uit het ontbreken van concrete aanwijzingen voor een stichtingsjaar 1812 concludeerden dat  de oprichting van het Philharmonisch Gezelschap in 1840 een mogelijk begin was. Een meer recent onderzoek uit 2012 naar de specifieke blaasmuziekkorpsen in Thorn kwam tot dezelfde conclusie. Maar een specifieke monografie over  de harmonie St. Michaël was weer veel pertinenter  en zag in de heroprichting in 1863 juist een breukvlak in plaats van een continuïteit 7.] De harmonie St. Cecilia gaat daarom zelf uit van het stichtingsjaar 1863.

ZIERIKZEE

Afbeelding 6
(kunsteneer.nl; 2016)

Het logo op de website

De vierde pretendent, de Koninklijke Harmonie Kunst en Eer uit Zierikzee vierde in 1996 haar tweehonderdjarig bestaan en bracht ter gelegenheid van dit heuglijke feit een jubileumboek uit. De titel van het gedenkboek, De harmonie van Zierikzee 1796(?)-1996 maakte met het vraagteken al direct korte metten met het onwaarschijnlijk vroege oprichtingsjaar. Het is dan ook geen verrassing, dat de bewijsvoering wordt bijna excuserend  wordt opgediend.

In 1797 was Charles Hofman musicant-directeur bij ‘een muziekkapel’ (meteen al erg vaag), een almanak uit 1799 situeerde hem (al net zo vaag) in een groep musicanten en 25 jaar later figureerde Hofman als kapelmeester van de schutterijmuziek. Met zulke nevelige duidingen is het heel onwaarschijnlijk, dat het hier drie keer om hetzelfde muziekgezelschap gaat en of er drie keer sprake is van een harmonie. Van dit drietal werd de schutterij in Zierikzee in 1830 opgeheven. Naast 1796? komt ook 1830 naar voren als het begin van de huidige harmonie, maar met het uitdrukkelijk voorbehoud ‘mogelijk’. Met zulke schimmige aannames blijven de stichtingsjaren 1796 en 1830, alsmede een continu voortbestaan van één harmoniegezelschap pure speculatie 8.

GILZE

Afbeelding 7 (sint-cecilia.nl)

Logo op de website.

De Koninklijke harmonie St. Cecilia Gilze uit Noord-Brabant is kanshebber nummer 5. Via de tab ‘over St. Cecilia ‘, subtab ‘historie’ vernemen we 1817 als het volstrekt zekere jaar van oprichting. Destijds moesten in Gilze verenigingen van meer dan twintig personen toestemming hebben van de gemeente voor de oprichting en het betreffende ambtelijke stuk is aanwezig in het gemeentearchief. Dit is van alle mededingers tot nu toe de meest kansrijke bron, nml. een officieel primair document. Met zo’n juweel van een bewijs kun je als muziekvereniging uitpakken in een jubileumboek  en op de website, maar deze harmonie maakt daar een warboel van. In de gedenkboeken ter gelegenheid van het 100-jarig en 175-jarig bestaan, alsmede op de website komt het ultieme bewijsstuk niet voor en figureren 1807, 1817 en 1850  om niet nader genoemde redenen  als jaren van oprichting 9. Zo zal St. Cecilia uit Gilze niet als winnaar uit de bus komen.

HORST

Afbeelding 8
(harmonievanhorst.nl)

Het logo op de website (2016)

Het jaar 1817, prominent prijkend op de harp in het logo, heeft bij de Koninklijke Harmonie van Horst, altijd gegolden als het begin van het muziekgezelschap, dat nu nog bestaat.  Jongeren zouden na het bijwonen van eene muzijkmis met Kerstmis, zo enthousiast zijn geworden, dat zij spontaan zelf gingen musiceren en in hun kielzog steeds meer leeftijdsgenoten aantrokken. De muzikale impuls zou op 5 november 1817 zijn geresulteerd in de oprichting van de Muzikalischen Band van Horst.
een aantrekkelijke en aannemelijke context, ware het niet, dat ook in dit geval een onafgebroken bestaan niet kon worden aangetoond. Integendeel zelfs, want het muzikale elan was na een jaar of vier was al zover afgenomen, dat het samen musiceren werd gestopt. Eerst in 1835 is er, onder de namen van Philharmonisch Gezelschap en Harmonie van Horst,  weer sprake van een  verenigingsverband . De lange periode van inactiviteit en het duidelijk ontbreken van het voortbestaan van één en hetzelfde korps,  plaatst 1817 als stichtingsdatum volledig op losse schroeven 10.

ROERMOND

Afbeelding 9 (keuninklikke.nl)

Het logo op de website

Door de jaren heen heeft kandidaat 7, de Koninklijke Harmonie van Roermond het predicaat ‘de oudste’, dat de Koninklijke Stedelijke Harmonie van Hulst zich toedicht het meest betwist. De website laat hierover geen enkel misverstand bestaan:
De Koninklijke Harmonie van Roermond (“de Keuninklikke”), is opgericht in 1775. Daarmee is het de oudste harmonie van Nederland. Bij de oprichting fungeerde het orkest als huisorkest van de Bisschop van Hoensbroeck, de bisschop van Roermond. Hoewel een oprichtingsakte uit 1775 ontbreekt kan wel aangetoond worden dat een groep muzikanten vanaf die tijd onafgebroken samen muziek maakt in Roermond.

Deze intro belooft heel wat, want met de juiste papieren is  ‘keuninklikke’ liefst 27 jaar eerder opgericht dan het vermeende jaar 1801 van de concurrent uit Hulst! Deze kloeke stellingname wordt alvast niet hard gemaakt in het stukje historie op de website. Een mooi alternatief om steekhoudende argumenten aan te voeren, zijn de drie jubileumboeken uit 1896, 1950 en 2000 12.

Afbeelding 9 (kasteelhoensbroek.nl)

Filippus van Hoensbroeck kon zich door zijn aanzienlijke afkomst en hoge kerkelijke positie een overdadige levensstijl permitteren. Hij bewoonde de majestueuze waterburcht Hillenraedt, hield van copieuze maaltijden en was een fervent muziekliefhebber. In zijn kasteel had hij een muziekkamer ingericht, waar hij als toegewijd cellist zelf musiceerde. Hij legde een aanzienlijke en kostbare collectie instrumenten en bladmuziek aan. Op het schilderij hanteert hij de strijkstok van een Stradivarius-cello, waarvan hij de trotse bezitter was.

Monseigneur Van Hoensbroeck zou in 1775 een privé-strijkje hebben gehad en dit originele gegeven was sinds 1925 blijkbaar het bewijs bij uitstek voor het aannemen van 1775 als stichtingsjaar. Maar de argumentatie wringt nogal.
Gemakshalve wordt het ensemble van de bisschop gelijkgesteld aan een harmonieorkest, maar een orkestje met alleen strijkinstrumenten is toch echt iets anders dan een muziekgezelschap met houtblazers, koperblazers en slagwerk. Afgezien daarvan moet worden aangetoond, dat uit het privé-strijkje van de in 1792 overleden bisschop direct een harmonie is gevormd, die ononderbroken is blijven bestaan. Het wemelt daarentegen in de jubileumboeken van verschillende namen, die wijzen op verschillende soorten muziekgezelschappen: Une belle musique Turque, Les amateurs de la ville de Ruremonde, La Société Philharmonique de Sainte-Cécile en La Société du Grand Concert 13.  Betreffende het ononderbroken voortbestaan toont men precies het tegendeel aan met de conclusies, dat de harmonie voortdurend opnieuw geregeld  werd en via verschillende orkesten plaatsvond.
Evenmin houdt 1775 als het jaar van oprichting stand. Het jubileumboek van 1896 merkte al op of precies in dat jaar het orkest werd opgericht  (…) staat niet onomstotelijk vast. Een standaardwerk over blaasmuziek in Limburg sluit hierbij naadloos aan met de conclusie, dat het jaar van oprichting volgens de huidige kennis van zaken, waarschijnlijk minstens vier decennia later ligt dan tot nu toe werd aangenomen 14. Een artikel over het Roermondse muziekleven in  specifiek het jaar 1775 kwam op grond van archiefonderzoek tot de conclusie, dat voor een oprichting in 1775 geen harde bewijzen te vinden zijn15. De historische context ten slotte wijst ook op een stichting na 1775, omdat de blaasmuziek vanaf in 1795  in de zuidelijke Nederlanden werd geïntroduceerd met het binnenvallen van de Franse revolutielegers. 

De drang, om zich ‘de oudste harmonie van Nederland’ te kunnen noemen, is echter zo groot, dat het (ontbreken van het) feitenmateriaal terzijde is geschoven. In dit opzicht is de argumentatie in het jubileumboek van 2000 ronduit meelijwekkend, want och als iets niet bewezen is, hoeft het nog niet per sé onwaar te zijn en maakt het wat uit dat er een paar muziekloze jaren zijn 16.

Afbeelding 10 (bewerkte cartoon)

3.1 Lang leve het vaandel

3.   De Solist?

3.1   Lang leve het vaandel

Toen in 1950 de eerder  afgesplitste ‘Nieuwe Harmonie Vlijt en Volharding’ zich weer aansloot bij de ‘oude harmonie’ van Hulst, is er iets grondig fout gegaan. Men wilde de vreugde over de terugkeer in de moederschoot beeldend vorm geven met het vervaardigen van een gloednieuw vaandel. Zo’n drapeau kostte echter een paar lieve centen en de financiële middelen waren daarvoor niet toereikend. Er zat niets anders op dan het derde vaandel uit 1875, dat in 1918 al eens gerestaureerd was, tekstueel aan te passen. Voor het veranderen van de naam ‘Koninklijke Harmonie’ in ‘Koninklijke Stedelijke Harmonie’ was genoeg tussenruimte om in de juiste grootte en stijl de toevoeging ‘Stedelijke’ tussen ‘Koninklijke’ en ‘Harmonie’ te borduren. Hoewel er op het vaandel genoeg ruimte was aan de linkse en rechtse hoek (zie afbeelding 12 in par. 3.2), nog tekst bij te voegen, is alleen de kleine bovenhoek van het doek zo volgepropt met informatie, dat hier het naald-en-draadwerk uitdraaide op lelijk knoeiwerk.

Afbeelding 11 (In alle toonaarden, blz. 127).

Het materiaal en de vakmanschap van het in de bovenhoek van het vaandel aangebracht borduursel wijkt sterk af van de rest. De hoeveelheid tekst, die moest worden aangebracht, was relatief zo groot, dat de woorden zijn afgekort tot een soort letterraadsel. De afwisseling van grote en kleine letters verdient ook evenmin een schoonheidsprijs. De oplossing van de puzzel luidt aldus:

OPG (opgericht)
K.H. (koninklijke harmonie)
V.en.V.  (vlijt en volharding)
GEF (gefuseerd) 1 juli 1950

Bovendien zijn de oprichtingsdatum van zowel  Koninklijke Stedelijke Harmonie (20 mrt 1801) als die van Vlijt en Volharding (15 nov. 1913) feitelijk onjuist .

De op het vaandel in 1950 geborduurde datum van oprichting 20 maart 1801 is  een eigen leven gaan leiden en van lieverlee even sacrosanct geworden als het drapeau zelf. De loze kreet ‘Het staat toch op het vaandel’ gold en geldt in kringen van de harmonie nog steeds als een onweerlegbaar bewijs. Voor zover bekend is tot aan de jubileumviering in 2001 nooit grondig onderzocht of het klakkeloos voor waar aangenomen stichtingsjaar klopt.
Het programmaboekje bij de viering van het 175-jarig bestaan in 1976 kwam niet verder dan de vage formulering ‘opgediept uit de jaarverslagen’. De poging om ter gelegenheid van het 185-jarig het stichtingsjaar te onderbouwen liep eveneens op niets uit. De al bewijs opgevoerde beschrijving van de ontvangst van de bisschop van Gent in Hulst in 1806 had geen enkel raakvlak met dit onderwerp. Een – naar verluidt- opgedoken kopie van een ongedateerd blaadje van een onbekende auteur uit een niet nader genoemd kroniekschriftje, waarin vermeld zou zijn dat de harmonie op 20 maart 1876 het 75-jarig bestaan vierde, is al helemaal niet serieus te nemen 17.

Verder dan dit soort halfslachtig en speculatief speurwerk kwam men niet en bleef het en blijft het nog steeds: het staat toch op het vaandel.

3.2 Echt de oudste?

3.   De Solist?

3.2. Echt de oudste?

Als ieder harmonieorkest een gedateerde primaire bron met notulen of akte van oprichting en een even betrouwbaar bewijs van een ononderbroken bestaan kon overleggen, was  de titelhouder ‘oudste harmonie van Nederland’ eenvoudig en onweerlegbaar vast te stellen. Natuurlijk is er in de loop van de tijd belangrijk bronnenmateriaal verdwenen, maar dat maakt het nauwkeurig bepalen van gebeurtenissen niet per sé bij voorbaat onmogelijk.
Primaire en secundaire bronnen18 kunnen elkaar heel goed bevestigen en aanvullen en zolang zij controleerbare feiten bevatten, zijn zij in onderlinge samenhang zelfs een nagenoeg waterdicht bewijs.
Een muziekgezelschap, dat een lange staat van dienst heeft, laat altijd historisch betrouwbare sporen na in bijvoorbeeld het eigen archief en andere bewaarplaatsen van documenten, kranten en andere periodieken, notulen van vergaderingen van gemeenteraden, van burgemeester en wethouders, van kerkbesturen, enz.
Het is daarom opmerkelijk,  dat de argumenten, die harmoniegezelschappen gebruiken voor het aangeven van hun ouderdom zo vaag of zelfs nietszeggend zijn, dan wel helemaal ontbreken.

Aanvankelijk was op de website van de harmonie van Hulst een onderdeel ‘historie’ opgenomen, maar deze paragraaf is er later uitgehaald. Hier is veel voor te zeggen, want er zijn voor een muziekgezelschap wel belangrijker waarden, dan de claim ‘de oudste’ te willen zijn. Dit laat onverlet, dat een historisch onderzoek met als onderwerp de ontstaansgeschiedenis van een harmoniegezelschap een eigen intrinsieke waarde heeft.

Afbeelding 12
(cover van het gedenkboek t.g.v. het 200-jarig jubileum in 2001; foto auteur)

Het jubileumboek ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan is van dezelfde auteur als van de website ‘historyhulst’. In dit in 2001 uitgekomen boekwerk zijn achttien bladzijden gewijd aan het onderzoek naar de ouderdom van het muziekgezelschap. Sinds de publicatie van het boekwerk zijn er nieuwe primaire en secundaire historische bronnen opgedoken. Met dit aanvullend materiaal kunnen de in het jubileumboek getrokken conclusies nog beter bevestigd worden.

4.1 De muzikale achtergrond

4.   Het Franse Decor

4.1   De muzikale achtergrond

4.1.1 Het eerste burgerlijke harmonieorkest

Op 14 juli 1790 was het groot feest in Parijs. Precies een jaar eerder was de staatsgevangenis van Parijs, de Bastille, aan de revolutionairen overgegeven, wat een zeer tot de verbeelding sprekende gebeurtenis was om de eerste verjaardag van de Franse Revolutie luisterrijk te vieren.
Tevens kon hiermee symbolisch een periode van strijd en grote verdeeldheid worden afgesloten. Het grootste volksfeest ooit in de Franse hoofdstad moest de opmaat worden tot nationale eenheid en een rechtvaardige grondwet, die de macht van koning Lodewijk XVI aan banden zou leggen. Een ruimte, groot genoeg om minstens 300.000 man te kunnen bevatten, vond men in het enorme militaire exercitieveld, het Champ de Mars.

 

Afbeelding 13
(commons.wikimedia.org; Diliff)

Het Champ de Mars (het veld van Mars, de oorlogsgod) in Parijs, gezien vanaf de Eiffeltoren. In 1790 was dit grote park een enorm militair exercitieveld, dat buiten het centrum van de stad lag. Op 14 juli 1790 vond hier het eerste grote volksfeest van de Franse Revolutie plaats.

Het nieuwe revolutionaire regime was bepaald antireligieus, maar hield desondanks bij dit volksfeest  de traditie in ere van het ‘Te Deum Laudamus’ , de christelijke plechtige lofzang op gedenkdagen. De opdracht, die het grote festijn een stemmig karakter moest geven, viel te beurt aan François-Joseph Gossec, een indertijd talentvolle en gerespecteerde, maar nu zo goed als vergeten componist. In verschillende muziekstukken voor koor en orkest had Gossec al bewezen niet bang te zijn voor ongewone experimenten met een onconventionele orkestbezetting en dramatische effecten. Daarom durfde hij de uitdaging wel aan om deze hymne voor een uitvoering op een zeer groot terrein in de openlucht op muziek te zetten .

Afbeelding 14
(portret van François-Joseph Gossec , 1734-1829,  door Antoine Vestier, Musée de l’Opéra, Parijs)

De componist staat aan zijn muzieklessenaar. Onder het schuine schrijfblad steekt uit de lade de titelpagina van het ‘Te Deum’ , de lofzang voor het feest ter ere van de eerste verjaardag van de Franse Revolutie. De componist moest al zijn inventiviteit aanwenden om zang en muziek goed hoorbaar te maken voor een groot publiek op het uitgestrekte Champ de Mars in Parijs.

Met lef en inventiviteit zette hij zich aan het project, dat aan drie voorwaarden kende. Zowel muziek als zang moesten over een immens grote afstand goed te horen zijn, diende vervolgens de nationalistische insteek van het revolutionaire bewind uit te dragen en hoorde ten slotte ook nog het massapubliek te boeien. Gossec liet de strijkinstrumenten achterwege, want hun geluid droeg niet ver genoeg. Voor de benodigde decibels nam hij de militaire korpsen als voorbeeld met hun prominente rol voor het koper, de fluiten, de trommels. Bij het koor waren de mannenstemmen van de marcherende militairen zijn inspiratiebron. Hiertegenover plaatste hij de eveneens goed hoorbare, maar meer ingetogen klankkleur van klarinetten en hobo’s.

Afbeelding 15 (Bibliothèque Nationale de France)

Gedeelte van de introductie van het oorspronkelijke manuscript van het  Te Deum van Gossec in 1790. Uit de kolom links boven blijkt dat de componist koos voor instrumenten, waarvan het geluid vér reikte: petites flûtes (piccolo), hautbois (hobo), clarinettes, trompettes, cors (hoorn), bassons (fagot), serpent (baszink of slangenhoorn), timballes (pauk)

 

Blaasinstrumenten en mannenstemmen konden samen voor een flink geluidsvolume zorgen, als er tenminste genoeg blazers en zangers werden ingezet. Met 300 instrumentalisten en 1200 koorleden moest dit wel lukken.
Met de gelegenheidscompositie ‘Te Deum pour trois voix,  chœur d’homme et orchestre d’harmonie’ (Te Deum voor drie stemmen, mannenkoor en harmonieorkest) had Gossec de basis gelegd voor een nieuw fenomeen:
het burgerlijke harmonieorkest 19.

Afbeelding 16 (Charles Monnet, 1732-1810, La Fête de la Fédération, 1790, Bibliothèque Nationale de France)

Impressie van het grote volksfeest op het Champ de Mars in Parijs op 14 juli 1790

4.1.2.   Matige tot krachtige zuidenwind

Voordat François-Joseph Gossec  blazers- en slagwerkgroepen zonder strijkers in één harmonieorkest bijeenbracht werd er solistisch en in samenspel al veel langer geblazen en getromd. De aanzet tot blaasensembles komt uit de late Middeleeuwen, waar soldaten op het ritmisch roffelen der trommels marcheerden en exerceerden en op het slagveld schallende orders kregen door middel van  signaalhoorns en -trompetten. 

Afbeelding 17
(Rudolph von Ems, World Chronicle, Der Stricker, Charlemagne, vroeg 14e eeuw)


De dood van Roeland, uit het Roelandslied, het beroemde Middeleeuwse epos (ca. 1100) over hofridder Roeland uit het gevolg van Karel de Grote.
Na de nederlaag tegen de Saracenen (moslims) in Spanje in 778 wordt de achterhoede van het leger van Karel de Grote op de terugtocht aangevallen. Roeland sterft in het achterhoedegevecht een heldhaftige, maar onnodige dood, omdat hij te laat om hulp blaast op zijn ivoren ‘olifantshoorn’. Op dit kroniekminiatuuur geeft Roeland een Saraceen een fatale tik met zijn signaalhoorn, alvorens zelf heldhaftig te sneuvelen

 

 

Stadsbesturen hadden signaalblazers op hoorn en trompet in dienst als torenwachters en pijpers 20 voor het opluisteren van feesten en plechtigheden. Vooral bij evenementen in de openlucht maakte men graag gebruik van het vér reikende geluid van blaasinstrumenten. Het lag voor de hand dat stadspijpers en koperblazers van lieverlee gingen samenspelen.
Op militair gebied nam de behoefte aan opzwepende,  luidruchtige muziek enorm toe door de overgang van de relatief kleine ridderlegers naar de grotere huurlegers. De Turkse krijgsmacht, jarenlang een van de grootste vijanden van christelijk Europa, droeg ongewild bij aan het ontstaan van de blaasorkest. De Janitsaren, zoals zij toen genoemd werden, joegen Europese infanteristen aanvankelijk de stuipen op het lijf met hun angstaanjagend geschreeuw, ritmisch ondersteund door een arsenaal van uit de kluiten gewassen slaginstrumenten.

Afbeelding 18
Karikatuur van een Turkse trommelslager (lithografie van François Villain)

Eenmaal bekomen van de heilige schrik joeg het Westen de Turken bij het beleg van Wenen in 1683 op de vlucht en maakte daarbij inderhaast achtergelaten instrumenten buit, waaronder grote en kleine pauken, bekkens, de grote trom – nog steeds Turkse trom geheten – , schellenboom of Turkse halve maan, tamboerijn en triangel. Dit oosterse slagwerk werd gretig overgenomen en stimuleerde het ontstaan van militaire en hofkapellen in de vorm van een combinatie van blaas- en slagwerkinstrumenten. Als broodheer en mecenas stelden vorsten hun muziekmeesters in staat meervoudig bezette orkesten te vormen en te componeren.

De Franse Revolutie nam deze erfenis naadloos over en deed haar veroveringslegers vergezeld gaan van militaire harmoniekorpsen en op deze wijze verliep de verbreiding van het fenomeen harmonie naar het noorden even snel als de Franse opmars.
Als een krachtige zuidenwind bereikten de Fransen in oktober 1794 Staats-Vlaanderen en aan het einde van de oogstmaand stonden ze voor Hulst.

Afbeelding 19 (paulflorentin.wordpress.com)

Het defilé van de ‘Garde Imperiale de Dijon’ getuigt in Frankrijk van de nog steeds bestaande populariteit van militaire muziekkorpsen naar het voorbeeld van de Franse Revolutie en Napoleon. Vooraan worden de  Grote of Turkse trommen geslagen. In de derde zrij ien we (links midden op de foto) een drager van een ‘schellenboom’., met boven aan een draagstok een klokvormig ornament, waaraan schellen (belletjes in klokjesvorm) hangen. Onder een gouden bal bevindt zich een Turkse halve maan met eveneens schellen. Vaak hangen er aan weerszijden van de halve maan ook nog  paardenharen kwasten (hier niet het geval). De militaire muziekkapellen, verbonden aan de Janitsaren, de Turkse elitekorpsen, uit het Turkse (Osmaanse) Rijk, droegen de schellenboom op een draagstok mee.

4.1.3.    Een bezetter met rare feestjes

Al eeuwenlang was het huidige Zeeuws-Vlaamse gebied gewend aan de ene oorlog na de andere en de snelle inname van Hulst door de Fransen in 1794 was in dit patroon niets bijzonders. Dat gold ook voor de daarop volgende bezetting en economische exploitatie, maar het introduceren van verkiezingen en deelname aan het bestuur was een novum. In hun poging om de vele zegeningen door de bewoners in de veroverde gebieden te laten omarmen, kwamen de Fransen met hele serie nieuwe feest- en gedenkdagen, die de plaats innamen van de bestaande, vooral kerkelijke, ceremonieën.

In Hulst had het eerste feestgedruis nieuwe stijl krap drie weken na de overgave plaats. Het was wel even wennen, want op de uitnodiging stond niet 10 november 1794, maar 20 Brumaire An 3, de datum van de nieuwe Republikeinse kalender en op de Grote Markt moest er gedanst worden rond een eigenaardig symbool: de vrijheidsboom. Het echte feest was, zoals altijd, voorbehouden aan de notabelen. Bij deze gelegenheid boden zij de fuif aan de bezetter aan als een gebaar van goede wil met  meer dan genoeg fijne kost, een overvloed aan kannen goede wijn, een paar fusten bier en de nodige mandjes pijptabak. Jacobus de Pauw, organist en tevens violist van het muziekensemble in de rooms-katholieke schuurkerk, had zijn muzikanten opgetrommeld en zo werd het een leuk partijtje 21.

Afbeelding 20 (Atlas van Stolk)

Overal in de bezette gebieden, zoals op deze prent in Middelburg, werden ‘vrijheidsbomen’ geplant. Onder aan de ‘arbre de la liberté’ op de Markt is een een orkestbakje met muzikanten in de vorm van een klein scheepje te zien. Overal waren de stadsbewoners verplicht de talrijke oersaaie ceremonieën bij te wonen. Gelukkig werden de vele formele monologen afgewisseld met muziek van Franse harmoniekorpsen.

Om de haverklap mocht iedereen op bevel van hogerhand komen opdraven bij de nieuwe vaste nationale feestdagen en incidentele festiviteiten. Wat er ook gevierd werd, het stramien was steeds hetzelfde.
Eerst brandde in alle vroegte het geschut vanaf de wallen de mensen wakker, waarna het plechtige gebeier van de grote kerkklok over de stad galmde en de beiaardier met lichte vreugdetonen het carillon bespeelde. Uit ieder venster wapperde intussen vrolijk de Franse driekleur en liepen alle ingezetenen de hele feestdag op commando blij rond met kokardes en linten. De plechtigheid zelf had plaats in de kerk of op het marktplein bij de vrijheidsboom. Het meest taaie onderdeel was de proclamatie in het Frans, een langdradig en voor velen onverstaanbaar onderdeel.
Ten slotte gaf illuminatie van woningen en openbare gebouwen het stadje ‘s avonds een onwaarachtig feeëriek gezicht.

Afbeelding 21 (nl.123rf.com)

De ’tricolore’, de driekleurige rood-wit-blauwe Franse kokarde, het symbool bij uitstek van de Franse Revolutie. Het  roosvormig insigne  van aan elkaar geknoopte strikken werd vastgespeld op de kleding of op de hoed. Voor de inwoners van de door de Fransen bezette gebieden was het dragen van de kokarde op officiële feestdragen verplichte kost 

Op deze wijze werd in Hulst ieder jaar opnieuw de Franse republiek gesticht, de Bastille overgegeven aan de revolutionairen, Lodewijk XVI onthoofd en rond de vrijheidsboom gedanst ter ere van de opperheerschappij van het volk. Met Napoleon  kwamen daar nog de overwinningen van zijn ‘grande armée’, zijn staatsgreep, zijn verjaardagsfeestje, zijn verkiezing tot Eerste Consul, zijn Keizerskroning en de talloze keizerlijke decreten bij.
De veelvuldig opgetrommelde Hulstenaren doorstonden de ceremonieën onverholen nonchalant en plichtmatig. Het meest slaapverwekkend waren de eentonige ‘decade’-vieringen22,  die alle zon- en heiligendagen van de Gregoriaanse jaartelling vervingen.  
Tot de gortdroge ingrediënten behoorden de vaste formuleringen van nieuwe wetten en decreten, afgewisseld met pompeuze toespraken, moralistische praatjes en als het zo te pas kwam, het sluiten van een burgerlijk huwelijk. Al had men een gloeiende hekel aan die oersaaie vertoningen, één element maakte een positieve en onuitwisbare indruk: de muzikale omlijsting door militaire blaaskapellen, die iedereen vertrouwd maakte met het repertoire en de instrumenten.
Deze muzikale kennismaking zou de eerste inspiratiebron worden om in Hulst zelf een harmonieorkest op te richten.

Laatste updates

Datum

04-08-2024

In de categorie ‘Historische Fotogalerij’:

De galerij  ‘Hoogwelgeboren Hugenoten in Hontenisse’ is aangevuld met twee foto’s uit het Zeeuws Archief.

Datum

05-07-2024

In de categorie ‘Historische Fotogalerij’:

Nieuwe galerij toegevoegd, getiteld ‘Hoogwelgeboren Hugenoten in Hontenisse’, over de adellijke familie Collot d’Escury.

Datum

03-2024

Uit de categorie ‘Historische Fotogalerij’ verplaatst naar ‘Hulst Historisch Kort’:

De fotogalerij Veertig jaar veelkleurigheid over de schilderingen in het katholieke deel van de kerk te Hulst omgewerkt tot artikel.

Datum

01-2024

In de categorie ‘Historische Fotogalerij’:

Nieuw artikel ‘Hulst 1914-1918’, een neutraal grensgebied in de ‘Eerste Wereldoorlog’.

Datum

12-2023

In de categorie ‘Hulst Historisch Kort’:

Artikel over De Heilige Kindsheid uitgebreid met beeldmateriaal en beschrijving van Kindheidsoptochten in de kernen.

Datum

11-2023

In de categorie ‘Hulst Historisch Kort’:

Artikel over Casimier Lambin grondig herzien en uitgebreid, met name met aanvullende informatie uit zijn faillissementsdossier.

Uw inschrijving kon niet worden opgeslagen. Probeer het opnieuw.
U bent met succes aangemeld voor onze nieuwsbrief

Meld u aan voor onze nieuwsbrief